25 tips voor Adobe Premiere Elements 11

adobe-premiere-elements-10-teaser

25 tips voor Adobe Premiere Elements 11

De nieuwe versie van Adobe Premiere Elements bevat weer tal van nieuwe functies. Aan de hand van 25 specifieke tips loodsen we je door het programma heen, zodat je weer helemaal bij bent.

Onlangs verscheen de nieuwe versie van het videobewerkingspakket Adobe Premiere Elements in combinatie met de Elements Organizer. In deze elfde versie is de interface compleet gewijzigd. Dat is even wennen, omdat alle knoppen op een andere plaatst zitten. Daarnaast zijn er tal van nieuwe functies. Die betreffen voornamelijk de Organizer die daardoor nog beter is geworden. In die Organizer kun je nu bestanden taggen op basis van plaatsnamen op een wereldkaart en op basis van een specifieke tijd. Het mooie is, dat de zoekmogelijkheden sterk zijn verbeterd, waardoor je altijd snel specifieke media kunt terugvinden. In Premiere Elements zijn naast de wijzigingen van de lay-out een paar nieuwe functies te ontdekken. Zo is er een snelmenu voor het corrigeren van videoclips, kun je specifieke delen van de een clip vertragen of versnellen en kun je gebruik maken van effectenmaskers. Om je snel vertrouwd te laten raken met dit pakket en met de nieuwe functies hebben we voor jou vijfentwintig handige tips voor het werken met de Organizer en Premiere Elements.

 

1) Vermijden welkomstscherm
Als je niet elke keer lastig wilt worden gevallen door het welkomstscherm van Adobe Premiere Elements, dan kun je dat veranderen door rechtsboven in op het tandwieltje te klikken. Maak vervolgens de keuze of het programma voortaan moet starten met de Organizer of met de Video-editor. Wil je later nog eens veranderen dan ga je vanuit beide programma’s naar het Helpmenu en kies je daar de optie Welkomstscherm.

2) Albumcategorie
In de Elements Organizer kun je snel videoclips ordenen, door ze in albums onder te brengen. Wil je albums onderbrengen in een categorie, dan zul je eerst een albumcategorie moeten maken. Dit doe je door op het zwarte pijltje te klikken naast het groene plusteken links bovenin naast het woord Albums. Kies de optie Nieuwe albumcategorie en geef de gewenste naam op.

3) Albums
Albums kun je maken door op de groene plus te klikken naast het woord Albums links bovenin het scherm. Aan de rechterkant verschijnt er dan een nieuwe kolom. Voer daar de naam van het album in bij Naam en eventueel de gewenste albumcategorie bij Categorie. Selecteer de videoclips in het midden van het beeld die je in dit album wilt onderbrengen en sleep ze naar de rechter kolom op het tabblad Inhoud. Klik daarna op Ok om het album aan te maken. De albums worden links bovenin het venster getoond. Door op de albumnaam te klikken, worden de bijbehorende videoclips weergegeven.

4) Waardering
Je kunt videoclips waarderen door er een sterwaardering aan toe te kennen. Dit maakt het straks eenvoudiger om voor je videomontage de beste clips te selecteren. Om een sterwaardering te kunnen geven moet je eerst de details van een clip weergeven. Klik daarvoor op Crtl +D.  Beweeg met de muis over de vijf sterren onder een thumbnail en klik op de juiste ster om de waardering toe te kennen. Je kunt op waarderingen sorteren door rechts boven in het venster op een ster te klikken bij Waarderingen.

5) Plaatsen
Videoclips kun je koppelen aan plaatsen op de wereldkaart. Om goed te kunnen doen is het van belang dat je eerst de videoclips in een album selecteert en daarna onderin het beeld op het pictogram Plaatsen klikt. Er wordt een nieuw venster geopend, met bovenin het beeld de geselecteerde clips. Vul in het zoekvenster de naam in van de plaatst waar de videoclips zijn opgenomen. Klik op het groene vinkje om de geselecteerde videoclips aan die plaatsnaam te koppelen en klik op klaar om terug te keren naar het hoofdvenster.

6) Gebeurtenissen
Elke opgenomen videoclip beschikt over metadata. Daardoor is altijd te achterhalen op welke datum en welke tijd de video is opgenomen. Je kunt deze gegevens verwerken, zodat je er op kunt selecteren. Klik bovenin het menu op Gebeurtenissen en selecteer een album. Boven het midden venster staat een schuif. Zet die op Slimme gebeurtenissen. Selecteer de clips die op een bepaalde datum zijn opgenomen en klik daarna onderin op het pictogram Gebeurtenis een naam geven. Geef een naam op om deze clips op de kalender te verwerken.

7) Tags
Klik rechts onderin het venster op het pictogram Tags/Info. Er verschijnt een kolom. Bovenin naast het woord Trefwoorden staat een groen plusteken met een pijl. Klik op de pijl om een nieuwe categorie voor trefwoorden aan te maken. Bijvoorbeeld personen, plaatsen of objecten. Klik daarna op de groene plus om een tag op te geven binnen een bepaalde categorie. Selecteer de gewenste videoclips en sleep ze op een tag aan de rechterkant om ze te koppelen.

8) Geavanceerd zoeken
Nu je alle videoclips hebt geordend, gewaardeerd, getagd en gekoppeld hebt aan plaatsen en gebeurtenissen, kun je via het geavanceerde zoekmenu snel specifieke clips terugvinden. Klik op het vergrootglas bij het venster voor zoeken en kies de optie Geavanceerd zoeken. Plaatst vinkjes bij de tags, plaatsen, gebeurtenissen of geef een sterwaardering op om snel een video clip te kunnen terugvinden. De clips worden onder in het venster getoond.

9) Bestanden importeren van Organizer
De handigste manier om bestanden te importeren in Premiere Elements, is door ze handmatig te verslepen vanuit de Organizer naar het venster Projectelementen in Premiere Elements. Desgewenst maakt u daar eerst mappen aan door met de rechtermuisknop te klikken en te kiezen voor Nieuwe map. Door de clips handmatig te kopiëren voorkomt u dat ze automatisch op de tijdlijn worden geplaatst met overgangen.

10) Beeldkwaliteit verhogen
Om de beeldkwaliteit te verhogen van gerenderde bestanden op de tijdlijn, klikt u in het menu op Bewerken/voorkeuren en gaat u naar het tabblad Algemeen. Verander daar de renderingkwaliteit voor tijdlijn naar Hoge kwaliteit, lage snelheid.

11) Mediacache
Alles wat Premiere Elements rendert, wordt geplaatst in een verborgen map op de C-schijf. De omvang neemt zeer snel toe en dat zou zonde zijn voor de snelheid van en ruimte op uw SSD-schijf. Ga naar de Voorkeuren via het menu Bewerken en klik op het tabblad Media. Verander daar de locatie van de mediacache naar een andere harde schijf.

12) Project instellen
Als je een nieuw project start met crtl +n, dan zijn twee punten van belang. Zorg dat het project wordt opgeslagen op een ander schijf dan de C-schijf. Hiermee behoud je de snelheid van de SSD en je bent veilig als Windows een keer crasht. Daarnaast is het van belang dat je de projectinstellingen laat overeenkomen met de eigenschappen van je bronbestanden. Die eigenschappen kun je eenvoudig achterhalen met het gratis progamma Mediainfo. Kijk in Mediainfo naar de resolutie, framerate en naar de opbouw van het frame (interlaced of progressive). Kies aan de hand van die gegevens de juiste template uit voor je project door op Instellingen wijzigen te klikken. Hiermee voorkom je dat Premiere Elements direct alles gaat renderen naar een ander formaat.

13) Selecties maken in Clipmonitor
In Premiere Elements 11 zijn een aantal knoppen om te kunnen navigeren in de Clipmonitor verdwenen. Door gebruik te maken van het toetsenbord kun je toch nog snel en efficiënt werken. Dubbelklik op een clip in de Projectelementen om deze te openen in de clipmonitor. Gebruik de spatiebalk om een clip af te spelen. Ga versnelt door de video door herhaaldelijk de L-toets in te drukken. Stop de video dan met de K-toets. Met de J-toets spoel je terug. Om delen van clips te markeren gebruik je de I-toets om een beginpunt te plaatsen en de O-toets om een uitpunt te plaatsen. De selectie zet je op de tijdlijn door op de komma-toets te klikken. De clip wordt ingevoegd op de positie van de rode tijdlijnmarkering. Wil je een clip overschrijven, dan gebruik je de punt-toets.

14) J-cut en L-cut
Om een natuurlijk verloop van het geluid te kunnen bewerkstelligen, kun je gebruik maken van een J-cut of L-cut. Bij een J-cut start het geluid eerder dan het bijbehorende beeld en bij een L-cut gaat loopt het geluid nog iets langer door. Je hoeft hiervoor niet eerst de audio los te koppelen van de video als je de als je bij het trimmen van de audio of de video de alt-toets ingedrukt houdt.

15) Invoegen en overschrijven
Als je standaard clips vanuit de Projectelementen versleept naar de tijdlijn worden deze ingevoegd. Op de tijdlijn verschijnt een zwarte lijn met witte driehoekjes. Als je liever wilt dat een clip wordt overschreven, dan houd je de crtl-toets ingedrukt voordat je de clip plaatst. Overigens krijg je rechts onderin de statusregel altijd verschillende opties gepresenteerd die te maken hebben met de combinatie van de alt, shift en crtl toetsen.

16) Snelheid aanpassen
Als je de totale snelheid van een clip wilt vertragen of versnellen, klik je met de rechtermuisknop op de clip en kies je Tijd uitrekken. Geef in het venster de snelheid op van de versnelling of vertraging. Overigens kun je in dit venster ook de optie Snelheid omkeren selecteren om de video achterwaarts af te spelen. Wil alleen een deel van de videoclip versnellen of vertragen, dan maak je gebruik van de nieuwe functie Tijd opnieuw toewijzen, die je kunt selecteren in de onderste balk onder Gereedschappen. In het nieuwe venster geef je bij de video thumbnails met de plus bij de cursor aan waar je wilt beginnen om de tijd te veranderen. Er verschijnt een geel vlak dat je kunt uitrekken. Bepaal op die manier waar je wilt stoppen. Geef vervolgens onder in het beeld aan wat je met de snelheid wilt doen. Je hebt de opties van uiterst langzaam naar uiterst snel. Klik op gereed om de snelheid aan te passen.

17) Tussentijds renderen
Als je effecten gebruikt of meerdere videostreams tegelijkertijd wilt afspelen, dan kan het voorkomen dat het beeld in de monitor gaat haperen. Je moet dan de beelden tussentijds renderen door boven de tijdlijn op de knop renderen te drukken. Maar als je dit doet wordt de hele tijdlijn gerenderd en dat is vaak niet nodig. Om alleen dat gedeelte te renderen waar het effect staat, kun je de lichtgrijze werkbalk boven de tijdlijn inkorten door de handvaten aan de uiteinden te verslepen. Hiermee voorkom je dat je onnodig lang moet wachten bij het renderen.

18) Effectenmasker
Effecten ken je doorgaans toe op de gehele videoclip. Wil je maar een gedeelte van het beeld laten beïnvloeden door een effect, dan kun je gebruik maken van een effectenmasker. Klik daarvoor met de rechtermuisknop op een clip en selecteer Effectenmasker/Toepassen. Er verschijnt dan een kader in het beeld, waarmee je een gedeelte van het beeld kunt selecteren. Je kunt dit kader vergroten of verkleinen door de randen te verslepen. Klik vervolgens onderin het beeld op Effecten en kies een effect uit. Sleep deze op het effectenmasker en pas het desgewenst aan door helemaal links in het beeld op Toegepaste effecten te klikken. Daar wordt het effect getoond en kun je er de eigenschappen van veranderen. Alleen het gemaskeerde gedeelte wordt nu beïnvloed door het effect.

19) Aanpassen videoclips
In Premiere Elements 11 zijn alle functies om een videoclip te corrigeren wat betreft belichting, kleuren en geluid te bereiken via de knop Aanpassen aan de rechterkant van het scherm. Er verschijnt dan een venster met de verschillende opties. De eigenschappen van die opties kun je aanpassen door aan de linkerkant op het pijltje te klikken. Een aantal functie zoals kleur en belichting hebben een knop om automatisch de videoclip te corrigeren. Ben je niet tevreden over het resultaat van die automatisch correctie, dan klik je op de knop Opnieuw instellen.

20) Clipvolume aanpassen
Er zijn drie belangrijke manieren om het volume van een videoclip te veranderen. Als het geluid te zacht is opgenomen, dan kun je de clip normaliseren. Door deze audioversterking worden eventuele ongewenste bijgeluiden of ruis uiteraard ook versterkt. Klik met de rechtermuisknop op een clip en kies Audio versterking. Klik op de knop normaliseren om het volume van de clip automatisch te verhogen.

Je kunt het volume van een clip ook verhogen of verlagen met de audiomixer. Positioneer de tijdlijncursor op de aan te passen clip en open de audiomixer onder Gereedschappen. Bedien daarna de schuif van de bijbehorende audiotrack om het volume aan te passen.

De derde en laatste optie die u hebt om het geluid van een clip aan te passen is door het plaatsen van keyframes op de gele lijn over de audio van de clip. Houd de crtl-toets ingedrukt en klik met de muis op de gele lijn om een keyframe te plaatsen. Door de keyframe met de muis beet te pakken, kun je deze omlaag of omhoog bewegen om het volume te veranderen. Door meerdere keyframes te gebruiken kun je zo een mooie fade in of fade out maken.

21) Bestandsformaat kiezen
De enige manier om te kunnen bepalen welk bestandsformaat je moet kiezen bij het exporteren is na te gaan waar de video op moet worden afgespeeld. Pas als je dit weet, kun je de juiste keuze maken. Het is sowieso handig om altijd eerst je montage te exporteren naar het bestandsformaat dat overeenkomt met het bron materiaal. Op die manier kun je de kwaliteit waarborgen en heb je een uitstekend archiefbestand. Dat archiefbestand gebruik je vervolgens om naar andere bestandsformaten te exporteren.

22) Voorinstelling
Als je een keuze hebt gemaakt voor een bestandsformaat, dan kan het makkelijk zijn om eerst een voorinstelling te kiezen die het dichts bij het gewenste eindformaat komt. Die template kun je daarna verfijnen. Als je dat doet, krijg je automatisch de optie om die aanpassingen op te slaan in een nieuwe template. Die templates worden bewaard in een verborgen map. Surf naar c:gebruikersjouw-computernaamappdataroamingPremiere Elements11.0SCPresets en maak een kopie van alles wat er in die map staat om de presets te archiveren.

23) Profiles en Levels
Elk apparaat maakt gebruik van Profiles en Levels voor mpeg. Deze profiles en Levels bepalen de randvoorwaarden voor een codec, de resolutie en de bitrate. Je kunt het ondersteunde level en profile vaak eenvoudig achterhalen op de website van de fabrikant. Surf als voorbeeld maar een naar Apple.com, klik op Iphone en dan op Specs in het hoofdmenu. Daar staat onder het kopje Audio en Video het Profile en Level dat de Iphone ondersteunt. Met die gegevens bij de hand kun je onder de geavanceerde instellingen eenvoudig het juuiste level en profiel opgeven. Je bent er dan van verzekerd, dat de video op het apparaat afspeelt.

24) Selecteren bitrate
Met het gratis programma Mediainfo kun je eenvoudig achterhalen wat de bitrate is van de originele video. Vul die bitratewaarde in bij de geavanceerde instellingen van de export op het tabblad Video bij het kopje Bitsnelheidinstellingen. Bij een gelijkblijvende codec keuze, heeft het geen zin om de bitrate extreem te verhogen. Dit levert geen kwaliteitswinst op, maar wel een veel groter bestand. Exporteer je bestanden voor het web, dan kan de bitrate lager zijn dan van het origineel. Ga voor een resolutie van 1920 x 1080 uit van een bitrate van 4 Mbit/s. Gebruik je een resolutie van 1280 x 720 dan is een goed startpunt 2 Mbit/s. Kies je voor de resolutie 640 x 360 dan kun je de bitrate zelfs verlagen tot 800 Kbit/s zonder in kwaliteit er op achteruit te gaan.

25) Eerst testen
Het is altijd raadzaam om eerst een klein gedeelte van de montage te exporteren. Om dit te kunnen doen moet je eerst met de werkbalk boven de tijdlijn een gebied aangeven wat je wilt exporteren. In het exportvenster plaats je daarna een vinkje bij Alleen Werkgebiedbalkdelen. Pas wanneer je tevreden bent over de kwaliteit van de export, ga je de hele montage exporteren. Dit scheelt je veel tijd.

 

 

 

Encoderen met behoud van kwaliteit
22 tips voor Pinnacle Studio 16
Spring naar toolbar